De pen is machtiger dan het zwaard. (Edward Bulwer-Lytton)
Edward Bulwer-Lytton (1803-1873)
Eerst één van de belangrijkste wetten van de macht in herinnering brengen.
Zie je als machthebber een tegenstander opduiken of wil je verhinderen
dat een verslagen tegenstander opnieuw macht krijgt? Zet hem in een hoekje.
Noem hem pseudowetenschapper, kwakzalver of, zoals in dit geval,
een volgeling van de voorloper van het sciencefiction genre. Succes verzekerd, want
de mens als kuddedier wil niet afgezonderd raken door de theorie van een fantast aan
te kleven. Het klinkt cynisch en dat ís het ook. Macht en cynisme gaan nu eenmaal
prima samen.
Nazi's dweepten met The Coming Race van Edward Bulwer-Lytton.
Doch hoe graag we hen ook als volgelingen van een fantast catalogeren,
we mogen de waarheid niet teveel geweld aandoen. Volgelingen waren ze allerminst.
Ze zetten de filosofie van de novelle eerder naar hun hand. Anders
hadden ze hun vrouwen wel wat meer
aanzien gegeven, of zouden ze wat minder machtswellust aan de dag hebben gelegd.
Overigens was Bulwer-Lytton, ondanks zijn soms sprookjesachtige verhalen,
geen pure fantast, maar een man met een onpeilbare dubbele bodem.
Wél heeft men blijkbaar in de tweede helft van de twintigste eeuw alles in het
werk gesteld om hem bij de pure fantasten onder te brengen.
Zo is de openingszin van één van zijn novelles een eigen leven gaan
leiden. 'Het was een donkere en stormachtige
nacht ...' Een openingszin die al veel langer werd gebruikt en eigenlijk een
beetje hoorde bij de mode van de tijd. Toch heeft Bulwer-Lytton
de twijfelachtige eer gekregen,
hem te hebben uitgevonden.
Tegelijk is het twijfelachtig om te beweren dat hij
als eerste over de Vril heeft verteld.
In The Coming Race (1871) heeft Bulwer-Lytton het over een superieur ras
dat afstamt van een godenras dat vóór de
zondvloed leefde. Hij geeft een gedetailleerde
beschrijving van het superras, waarvan vooral de vrouwen
met hun geest -en met behulp van een zenuw in de handpalm-
een onwaarschijnlijke energie kunnen bedwingen: De Vril.
De Vril kan vele vormen aannemen. Het is een 'lichtkracht'. (Het Genootschap van de Vril
wordt dus niet voor niets het Genootschap van het
Licht genoemd.) Al bij al blijkt de auteur echter zelf niet te weten wat de Vril
precies is. Maar hij lijkt er wel van overtuigd dat ze uit het niets
kan worden opgewekt.
Zo heeft hij het over Lai, een subtiel en leven gevend medium.
Een origineel uittreksel uit de
moeilijk te vertalen tekst:
"She described a subtle and life-giving medium called Lai, which I
suspect to be identical with the ethereal oxygen of Dr. Lewins, wherein
work all the correlative forces united under the name of Vril; and
contended that wherever this medium could be expanded, as it agencies
of Vril to have ample play, a temperature congenial to the highest forms
of life could be secured."
Mogelijk begrijpen we het verkeerd maar volgens ons heeft hij
het hier over de grote leegte die toch niet zo leeg blijkt te zijn als we denken en
waarin zich krachten schuilhouden die allen samen de Vril worden genoemd.
De Vril zou een temperatuur kunnen opwekken die nodig is voor het bestaan van de hoogste levensvormen.
Andere vermeldenswaardigheden:
Het verhaal speelt zich af in een wereld onder de grond.
Het hoofdpersonage (de jeugdige Amerikaan: Bulwer-Lytton)
reist naar een land waarvan hij de naam bewust niet vermeldt, maar waar men
een andere taal dan het Engels spreekt. Hij komt via een kloof terecht in een
onderaards gangenstelsel waar de Gy en de Ana leven.
Gy zijn de vrouwen. Ze zijn groot en hebben goudkleurig haar
en blauwe ogen. De Ana zijn
mannen. Ze zijn ondergeschikt in zowat alles aan de Gy. Wat opvalt, is dat de auteur
opmerkt dat de Ana in prehistorische tijden veel 'hariger' waren.
Hun taal lijkt enigszins op die van het Arische ras, maar heeft blijkbaar ook
iets van het Sanskriet. Gy hebben echter duidelijk telepathische
krachten.
De beschaving van Gy en Ana, Vril-ya genaamd, heeft alles
te danken aan de Vril. De wonderbare kracht is eigenlijk neutraal, en
kan - afhankelijk van de geest die haar bestuurt - voor alles en nog wat worden
aangewend. Ze houdt onder meer de Vril-ya gezond, drijft hun machines en
robotten aan en kan als wapen worden gebruikt.
De Vril-ya staat voor puurheid en gelijkheid, zorgt voor harmonie en respecteert
alle leven. De Gy zijn zelfs zeer gehecht aan dieren.
Weliswaar zouden ze ander leven vernietigen als
hun algemeen belang wordt bedreigt. Zowel de mannen als de
vrouwen worden gemiddeld honderd tot
honderdvijftig jaar oud. De dood schrikt hen niet af, omdat ze weten
dat het hiernamaals echt bestaat. Angst voor de dood die aardse mensen
-zoals het hoofdpersonage- voelen, komt doordat het dierlijk instinct in
hen is geslopen als gevolg van de veelvuldige kruisingen tussen hun voorouders en
dierlijke mensenrassen. Gy en Ana leven tot hun laatste dag
kerngezond, maar zijn op het einde wat levensmoe en zien de dood als
een overgang naar een hoger leven.
Ze zijn plichtsbewust, streven een
ideale bevolkingsdichtheid na en mengen zich niet met
dierlijke bovengrondse mensenrassen. Ten slotte: de Vril-ya
beschikken, dankzij de Vril, over vliegende lichtschepen.
Gy en Ana kunnen overigens zelf vliegen. Ze rekenen daarvoor uiteraard op de Vril,
en op mechanische vleugels die ze als een mantel af en aandoen.
'Pure fictie', op het eerste zicht. Maar er zit ongetwijfeld meer achter.
De auteur geeft meer dan eens de indruk bloedserieus te zijn in
zijn anoniem gepubliceerd werk. Hij geeft verdoken kritiek op Darwin,
doet terloops beroep op een aantal bekende wetenschappers,
en haalt er zelfs Faraday bij om de Vril te verklaren. 'Faraday zou de Vril
misschien atmosferisch magnetisme noemen. Ze lijkt enigszins
op elektriciteit, maar is verweven met andere natuurkrachten en is veel subtieler.'
In de laatste zinnen verklapt de auteur de reden
waarom hij de novelle heeft geschreven (vrij vertaald):
'Ik ben nu drie jaar met pensioen en leef in mijn thuisland een gesetteld leven.
Onlangs heeft mijn dokter mij rechtuit verteld dat ik een ziekte heb die mij
elk ogenblik fataal kan worden. Vandaar dat ik het nu als
mijn plicht zie om aan de wereld mijn verhaal te doen. Ik
vrees namelijk dat het superras onvermijdelijk de ondergang van de mens zal betekenen.'
Een paar jaar
later stierf Bulwer-Lytton aan de ongeneeslijke ziekte.
Of hij écht dacht dat het superras nog bestond, laat staan, dat we
het moeten vrezen, weten wij niet.
Opeten zullen ze ons alleszins niet doen.
De Gy en Ana eten (aten) geen vlees. Enkel de verwilderde mens eet, volgens hen, vlees.
Maar ze zouden ons met hun Vril kunnen vernietigen. Hoewel de mens na
Bulwer-Lytton, merkwaardig genoeg, ook vrilachtige wapens heeft uitgevonden.
Hoe dan ook, dat Bulwer-Lytton met zijn novelle meer op het oog had
dan als voorloper van het sciencefiction genre
de geschiedenis in te gaan, is duidelijk.
Hij was kenner van oude beschavingen, politicus, schrijver,
een eminent vrijmetselaar en ontegensprekelijk een groot man.
Dat hij The Coming Race pas op het einde van zijn
leven publiceerde, hoeft niets te betekenen. Maar
wachten tot het einde in zicht is, blijkt wel een beproefde tactiek om
nog een doordenker mee te geven. Verweven in fictie weliswaar, want net als
Plato, Da Vinci en anderen, wist Bulwer-Lytton dat men de echte machthebbers
liever niet boos maakt, ook al heeft men amper nog een paar jaar te leven.
In de rand hiervan: Velen beweren dat de Soemerische kleitabletten het duizenden
jaren geleden al hadden over de Vril. Het woord verwijst naar een goddelijke kracht die
als symbool de slang meekreeg. Vandaar dat het eerste geheim genootschap
(ten tijde van de Soemeriërs) 'Het Genootschap van de Slang' werd genoemd.
En ondertussen weten we dat we via de slang bij de vrijmetselaars terechtkomen,
en bij Isis, wiens cultus, zowel voor Bulwer-Lytton als voor zijn aanhangers,
heilig was.
Dat de Vril met elektromagnetisme kan te maken hebben, ligt dan weer
voor de hand. Anders had de auteur geen beroep moeten
doen op Faraday.
Vandaag weten we dat de Vril kan bestaan.
Van atomen tot sterrenstelsels: Ze hebben qua opbouw veel gemeen. En atomen
mogen dan microscopisch klein zijn,
ze bestaan, net als sterrenstelsels, zo goed als volledig uit lege ruimte.
In die onbegrijpelijke 'leegheid' gaat
een wonderbaarlijke kracht schuil.
Verbazend is dat
Bulwer-Lytton suggereert dat de Vril inderdaad een elektromagnetisch fenomeen is
dat ontstaat uit 'lege ruimte'. Er blijkt simpelweg 'iets' te zijn
waar zelfs Einstein geen rekening heeft mee gehouden, en waardoor
zijn relativiteitstheorie op losse schroeven is komen te staan. Energie zou namelijk
vaak uit het 'niets' ontstaan, waardoor massa overbodig wordt.
De Vril bood volgens sommigen ongekende mogelijkheden. Ze kon zelfs
gigantische bouwblokken 'tot leven wekken'. Althans, dat
is wat de auteur van The Coming Race ons wil doen geloven. Een Gy zegt het als
volgt (vrij vertaald): 'Hoe roerloos dode materie ook lijkt,
ze is constant in beweging, doordat de partikels waaruit ze bestaat,
aan trilling onderhevig zijn. De Vril kan op een subtiele manier die partikels
beïnvloeden, waardoor zelfs de grootste gewichten in beweging kunnen komen.'
Tot slot: Honderdvijftig jaar geleden kon wellicht niemand
de gigantische stroomversnelling van de kennis over een superieure energiebron
voorzien. Vandaag experimenteert
men met elektromagnetische krachten die
recht uit The Coming Race lijken te komen.
Velen zijn ervan overtuigd dat de novelle een tip
van de sluier oplicht over datgene wat geheime genootschappen
al millennialang voor ons verborgen houden
en dat tevens te maken heeft met een technologie die de mens opnieuw aan het
uitvinden is.
Begrippen als duistere materie, duistere energie, kwantum
en andere antimateries stemmen velen
tot nadenken.
Volgende
.